Bekijk de bedrijfsvideo

Zoneringen

Aan de hand van de geïnventariseerde gevarenbronnen en aanwezige producten wordt in overleg met uw Process Engineer en Operationele Afdeling de zonering van uw locatie vastgesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met gas- of stof indeling en eventueel hybride mengsels.

Als brandbare of explosieve producten aanwezig zijn in uw installatie, zal er meestal een indelingsplicht gelden. Er volgt dan een inventarisatie van de aanwezige producten, hoeveel is hiervan aanwezig, wat zijn de eigenschappen en waar komen ze voor. Er wordt onderscheid gemaakt naar vloeistoffen, gassen en vaste stoffen.

De plaatsen waar producten vrij kunnen komen uit de installatie worden in kaart gebracht en noemen we de gevarenbronnen. Deze worden geclassificeerd als continue, primaire of secundaire gevarenbron.

Naar aanleiding van de product- en gevarenbronnen inventarisatie wordt beoordeeld of er sprake is van een mogelijke explosieve atmosfeer. Op die plaatsen waar dit te verwachten is, worden  ontstekingsbronnen beoordeeld. Dit zijn bijvoorbeeld mechanische vonken of statische elektriciteit. Wat verder van belang is wat de mogelijkheid tot ventileren is.

Deze informatie wordt dan vervolgens gebruikt om een risico beoordeling van de betreffende locatie op te stellen en resulteert in een gevarenzone classificatie. Deze gevarenzone classificatie kan voor gas een zone 0, 1 of 2 zijn. Voor stof kan dat een zone 20, 21 of 22 zijn.

De resultaten van de gevarenzone classificatie worden uiteindelijk vertaald naar een gevarenzone tekening, die op een bestaande plattegrond van de installatie wordt ingetekend. Door gebruikt te maken van verschillende arceringen en eventueel kleuren kan onderscheidt gemaakt worden tussen de verschillende gevaren zones. Op de gevarenzone tekening wordt aangegeven wat de betekenis van deze arceringen en kleuren is.

(c) 123Atex.eu® | Sitemap | Disclaimer | Privacyverklaring | Algemene voorwaarden | Website door: Dorst